Roman Baths 2

Printer-friendly versionSend to friend
Date: 
2011-07-17 - 2011-08-25
Author: 

Week 3

De noordmuur werd verder opgegraven met een apsis, een pijler ter ondersteuning van de gewelven later op het einde van de 4e eeuw geplaatst, en een tweede pijler ernaast, langwerpig en gebogen tegen de rand van de bakstenen façade van de apsidiale niche in de noordmuur. later werd de bakstenen façade afgebroken.

Week 4

Verwijderen van al de blokken als collapse bovenop de sectoren waar de zuidmuur zich moet bevinden. Branko doet onderzoek naar gewelfde ruimtes onder de oostelijke exedra, die duidelijk op de resultaten zichtbaar zijn.

Week 5

Openmaken laatste nis zuidelijk apodyterium. vinger en teen en een standbeeldbasis. de muur achteraan is een dichtgemaakte deur. de muren van de oostelijke exedra werden verder blootgelegd: er werden radiale muren teruggevonden uit een latere fase. De twee muren uit kalkstenen blokken in de noordelijke en zuidelijke apsidiale nissen behoren hier ook toe.

Week 6

Overal in de oostelijke arm werd er tot op het niveau van de mozaïekvloer gezakt, maar deze was overal systematisch verwijderd. Nabij de noordoost en zuidoost pijlers van Frigidarium 1 werden er twee contexten opgegraven die zeer rijk waren aan klein dierlijk materiaal. Een eerste overzicht hiervan door de archeozoologen leert ons dat het weer om materiaal van braakballen van uilen gaat. de contexten werden volledig naar flotatie gestuurd. Op het einde van week 6 werden er ook nog eens twee rechthoekig uitgehouwen nissen teruggevonden. De eerste is ten oosten van de apsis in de noordmuur, de andere in de originele oostmuur. De eerstgenoemde staat recht tegenover oostelijke nis van de zuidmuur: wederom wilden ze de kamer spiegelen.

Week 7

Een 6e eeuws loopoppervlak werd aangetroffen op de bodem van de oostelijke arm. Bovenop het loopoppervlak weren zeer veel verglaasde en verbande baksteen stukken teruggevonden, alsook heel wat houtskool en slakken van metaalproductie (koperallooi, lood en ijzer). Er werden een aantal van deze hersmeltingsplaatsen teruggevonden. Deze werden door het 4e-eeuwse substratum in de kamer gegraven. De rode kleibodem van de put is nog goed zichtbaar. Er werden hiervan minstens 4 metaalomsmeltingsovens opgegraven. De grootste is 1.40 m bij 68 cm. Op andere plaatsen, vooral tussen de radiale muren, werden grote concentraties houtskool, verbrande baksteen en production waste teruggevonden. Dit waren duidelijk de afvalhopen die werden gecreëerd na het afbreken van de hersmeltingsovens. In week 7 werden er ook nog twee contexten uit de laat 5e eeuw opgegraven aan de noord en zuidmuur, deze contexten bevatten materiaal dat gerelateerd is aan de banketten van Frigidarium 1, die in de oostelijke arm werden voorbereid tussen de late structuren op het substratum. Dit bewijst ook dat de mozaiekvloer in de oostelijke arm in deze periode al verdwenen was.

Week 8

De randen van het 2e eeuwse basin werden opgegraven. De oostelijke exedra liep 3 meter verder door vooraleer, net na de grote pijlers, over te gaan in het basin, dat zeker 2.30 diep was. In de 4e eeuwse fase werd het opgevuld met bouwpuin en er werd een substratum in gelegd voor de mozaiekvloer die overal werd weggehaald. In het centrum van de kamer was er geen substratum, dus werd hier dieper gegraven. Het substratum werd hier verwijderd om twee kalkovens aan te leggen die rondvormig gebouwd waren met randen van bakstenen en de typische groene klei die ook voor Sagalassos red slip ware woerd gebruikt. De westelijke was 1m90 in doorsnede, de oostelijke 2m40.