- News
- Staff
- Sagalassos
- F.A.Q. about Sagalassos
- Situation
- Historical setting
- Rediscovery
- Virtual tour
- Photo albums
- Research
- Monuments & Sites
- Site management
- Explore
- Webshop
- Links
- Join
Upper Agora: South Porticus 1
From Date:
2011-07-17
To Date:
2011-07-28
Op 17 juli 2011 werd het archeologische onderzoek van de Bovenste Agora verder gezet door een team van zes werkmannen onder leiding van Dr. Ine Jacobs (KULeuven), Drs. Mariusz Gwiazda (Warsaw University) en Gülce Alp (Istanbul Universitesi). Aanvankelijk was het hun bedoeling om het gebied tussen de bouleuterionkerk van Sagalassos, die werd opgegraven in de late jaren '90 en 2000, en de zuiwestelijke toegang tot de Bovenste Agora, die vorig jaar werd blootgelegd, op te graven. Het monumentale gebouw dat zich in deze zone bevindt kan waarschijnlijk geïdentificeerd worden als het prytaneion van Sagalassos – de zetel van de uitvoerende regeringsambtenaren en ook de plaats waar het heilige vuur van Hestia, de godin van de haard, en het symbool van de levensvonk van de stad, eens werd brandend gehouden. Het werd echter al snel duidelijk dat deze opgraving erg moeilijk zou vorderen. Vorig jaar werden immers de bouwblokken van de toegangspoort tot de agora, gewijd aan de keizers Claudius en Germanicus, in dit gebied blootgelegd en een anastylosis team onder leiding van architecte Ebru Torun is dit jaar begonnen met diens heroprichting. Aangezien beide teams elkaar voor de voeten zouden lopen, werd in samenwerking met Melek hanim, onze vertegenwoordigster van het Ministerie van Cultuur en Toerisme, beslist om te verhuizen naar het gebied ten zuiden van de agora.
De identificatie van het grote (ca. 16 op 30 m) gebouw aan deze zijde van het marktplein is tot nog toe onbekend. Het werd in ieder geval voorafgegaan door een open portiek, net zoals het geval was langs de west- en de oostzijde van de agora. Deze portiek bestond uit, voor zover dat nu kan afgeleid worden uit de resten die aan de oppervlakte zichtbaar zijn, gladde zuilen die bovenop zuilpiëdestals waren geplaats.
De opgraving begon in het uiterste oosten van het gebouw, op een in de moederrots uitgekapt terras boven het macellum. In feite is het zelfs waarschijnlijk dat één van de eerste kamers die ooit werden opgegraven in het macellum (Kamer 2) tot dit nieuwe gebouw behoort. Hoewel deze kamer wel op een lager niveau gelegen was, was ze bljkbaar niet toegankelijk vanuit het Macellum, maar ze kan wel verbonden geweest zijn met het hogere terras door middel van een nu verdwenen trap. Aangezien binnen deze kamer een aantal pithoi werden gevonden – grote voorraadkruiken -, geeft dit het team wel een eerste mogelijke aanwijzing voor de functie van hun huidige opgraafplek.
De opgravingen op het terras legden al snel twee kleine kamers bloot (max. 2.70 by 1.93 m and max. 2.70 m by ca. 4 m). Deze werden begrensd door eerder rommelige muren gebouwd met veldstenen en tufsteenblokken, met hier en daar een baksteen tussen. Deze muren zijn ook maar bewaard tot op een hoogte van 0.85 m. Ook de inhoud van deze kamer is grotendeels de helling afgegleden. Gelukkig werden er in de hoek tussen de vloerniveaus van de kamers en de muren nog scherven – vooral van de voet en de wand en slechts enkele randscherven – van dolia, een andere soort voorraadvazen, gevonden. Het lijkt er dus opnieuw op dat de laatste functie die dit gebouw kreeg, er een van opslag was. De vloeren in deze kleine kamertjes bestonden uit aangestampte aarde met hier en daar een baksteen of een stuk baksteen geïntegreerd in het oppervlak. Hoewel aangetroffen in de erosielaag, zo'n 0.20 m boven het vloerniveau, is een andere vondst zeker het vermelden waard: een handvat van een keramieken pan in de vorm van de kop van een ram. Het onderzoek in de kamers werd voor het moment stopgezet, maar zal in de komende weken hervat worden.
Eerst werd beslist om de opgravingen verder in westelijke richting verder te zetten, om zo een groter werkoppervlak te creëren voor het team. Terwijl het team hier de lagen met puin van het gebouw aan het verwijderen was, werd al snel duidelijk dat het ingestorte gebouw nog grotendeels op z'n plaats lag. Alleen in de zuidoostelijke hoek was het puin weggeërodeerd. Elders echter werden het ingestorte dak aangetroffen. Hier bovenop waren de muren verder afgebrokkeld. De komende week zal besteed worden aan het zorgvuldig opgraven van deze ruïne, het documenteren van de verschillende stappen van instorting en het registeren van de hoeveelheden en soorten dakpannen die aanwezig waren. Pas nadat dit gebeurd is, zal al het puin verwijderd worden om de inhoud van de kamers eronder te bereiken.